Het grootste avontuur ter wereld

28 oktober 2014 00:00
Een derde van de wereld rond in een Renault Kangoo. Het was vorig jaar de zomervakantie van de Brabantse vriendenclub Jason, Lex, Tom en Ferry. In veertig dagen reden ze van Londen naar de Mongoolse hoofdstad Ulaanbaatar. In The Big Black Book #16 lees je hun verslag, hier alvast een korte preview.
De wegen naar Mongolië zijn een grote uitdaging, de grensovergangen zo mogelijk nog een grotere. “In Centraal-Aziatische landen zijn alle douaniers corrupt, al slaan de Oezbeekse grenswachten alles. Allemaal willen ze spullen van je hebben. Het zijn net kleine kinderen”, constateert Jason Keizer (27). Een Kazachse douanier eist bijvoorbeeld drie poncho’s die in de auto liggen en een collega gebiedt informaticus Lex om een computer na te kijken. Een Oezbeekse grenswachter heeft het, na zeven uur wachten bij de grens, voorzien op drie voetbalshirts en -broekjes. Om überhaupt bij die grens te komen, heeft een soldaat eerder al vijftig dollar geïncasseerd.

Later, bij het binnenrijden van Oezbekistan, eigent een agent zich een flesje whisky toe omdat hij het kenteken ‘moet’ noteren. De grootste tegenslag van de reis is ook een douanekwestie. Als ze twee weken onderweg zijn, blijkt het visum voor Rusland een ‘enkele entree’ te zijn, terwijl ze twee keer door het land moeten. Op dus naar Oezbekistan, waar de dichtstbijzijnde Russische ambassade is. Het kost de mannen vier dagen extra. Vanaf dat moment is er geen tijd meer voor toeristische uitstapjes. Ze moeten plankgas naar Ulaanbaatar, de terugvlucht over een week of vier wacht namelijk niet.

Het idee voor de trip ontstond in 2009 in een hostel in Boekarest. De vier mannen, die elkaar kennen uit hun geboortedorp Dongen in Brabant, spreken daar een jongen die op dat moment meedoet aan de Mongol Rally. Ze hangen aan zijn lippen wanneer hij vertelt dat deelnemers in een oud barrel van Londen naar Ulaanbaatar rijden. De Mongol Rally, die geen wedstrijd is, wordt wel ‘het grootste avontuur ter wereld’ genoemd. Letterlijk klopt dat ook bijna, aangezien de teams 16.000 kilometer moeten afleggen. In auto’s die totaal niet geschikt zijn voor de rally (denk: Smart, Fiat Punto, Suzuki Swift en een enkele versleten ambulance), terwijl er geen enkele technische of facilitaire ondersteuning is voor de teams. En dat allemaal voor een betere wereld, want de teams moeten minimaal duizend Britse ponden voor goede doelen inzamelen. Na anderhalf jaar voorbereidingstijd doen de mannen vier jaar na Boekarest zelf mee onder de naam The Ramblin’ Men.

Wil je het hele verslag lezen? Koop The Big Black Book #16 hier.

Tekst Emiel van Dongen
Illustraties Bagilla

Terug naar Drive
Share |