Eerst Napels zien en dan een maatpak kopen

19 oktober 2015 09:41
Het ene gezicht van Napels: stank en armoede, corruptie en camorra. Het andere gezicht: majestueuze musea, kerken en pleinen en de beroemde, veelbezongen baai. En de stad waar ‘s werelds beste, mooiste maatpakken worden gemaakt. De stad van Rubinacci, Attolini, Borrelli, Kiton en Isaia.
Tekst Jolie Jacobs Fotografie Tycho Müller

Laten we eerst even terug in de tijd gaan, een hele tijd terug zelfs – naar de dertiende eeuw, toen in Napels de Confraternita dell'Arte dei Giubbonari e dei Cositori, de kleermakersassociatie werd opgericht. Wat vooropstond bij deze middeleeuwse associatie: liefde voor kleding, voor het ambacht van kleding maken, voor het vakmanschap, liefde ook vooral voor de sprezzatura, de flair van kleding.
Twee eeuwen later werd Napels veroverd door Alfons van Aragon. Behalve op oorlog en strijd was hij erg gesteld op kleding; een heel legertje van Franse en Spaanse kleermakers volgde hem de stad in en voegde zich bij de reeds aanwezige Napolitaanse kleermakers. Vaders en moeders gaven vanaf die tijd hun vaardigheden, ambachtelijkheden en kennis van materialen door aan hun zonen en dochters, decennia na decennia, eeuw na eeuw. Totdat Napels definitief bekend kwam te staan als tailortown. De stad was – en is – de kleermakersstad van de wereld, voorzien van een inmiddels legendarische Napolitaanse stijl.



Verdomd ingewikkeld
Onthoud die naam: Gennaro Rubinacci. Hij is de grondlegger van de Napolitaanse stijl. Rubinacci verdiende een vermogen met de handel in Indiaas zijde en legde begin vorige eeuw de basis voor het Napolitaanse maatpak. De formele, stijve Engelse jasjes, bestaande uit zware stoffen zoals tweed, werden vervangen door lichte, soepel vallende colberts zonder voering, passend bij het mediterrane klimaat – en eerdergenoemde mediterrane flair. In tegenstelling tot wat toen gebruikelijk was, kreeg ook de giacca – het jasje – wat meer ruimte bij de mouwinzet. Want Napolitanen communiceren niet alleen met mond en ogen maar zeker ook met armen en handen. De bovenkant van de mouwen is zelfs twee tot drie centimeter wijder dan het armsgat, wat een zeer goed gevoel geeft als je zo’n jasje draagt, en honderd procent voldoet aan het cliché: het zit als gegoten. Maar het maakt het kleermakersproces wel verdomd ingewikkeld en Napolitaanse kleermakers doen er dan ook vele, vele jaren over om het ambacht onder de knie te krijgen.



Meer lezen?

Het hele artikel lees je in The Big Black Book #18. Bestel hem hier.

Liever op je tablet lezen?

De digitale editie van The Big Black Book #18 bestel je hier (geschikt voor iOS en Android).
Share |