Gerard Ekdom: 'Radio is mijn zuurstof'.

28 oktober 2016 11:59
De immens populaire radio 2-dj over muziek, eten, drinken, televisie, roem en de dood van zijn moeder: ‘Ze was pas 53. Het heeft me veranderd.’
Tic
“Ik luister alles, ben altijd op zoek naar nieuwe muziek, nog steeds. Dat is een rare sensor, een tic. Tegenwoordig helemaal. Vroeger moest je veel meer moeite doen; je moest weten wat je wilde, uitzoeken waar je het kon beluisteren, waar je het kon kopen en daar dan naartoe gaan. Nu is het alleen al dankzij Spotify een eeuwig doorlopende kraan; het gáát maar door. Er komen honderd singles per week uit en het is moeilijk het kaf van het koren te scheiden, maar ik doe het wel. Ik wil elke week weer verrast worden, en dat lukt nog steeds.”

Man cave
“Nicole en ik waren op zoek naar een ander huis. We woonden aan een heel drukke weg waar onze zoons, Lennon en Lewis, niet konden buitenspelen. Ik zag het ongeluk al gebeuren. Mijn vader ging eten bij een kennis, een man die panden kocht van de bank. Daar was ons huis er eentje van. Het is een geweldige plek. Ook vanwege de kelder. Ik zag het direct voor me: daar komt het mengpaneel, die muur is voor alle cd’s, die andere voor de lp’s, daar komt de bar, daar de flipperkast, het biljart, ik werd gék! De bar heb ik voor zevenhonderd euro bij een oude kantine in Tilburg gekocht. De flipperkast heb ik tweedehands gekocht, het oude mengpaneel van het NOB overgenomen – waar ik zelf op gewerkt heb voor 3FM – en de kasten zijn door een vriend van mij gebouwd. Het is een echte man cave; helemaal door die bar, de wijnkoelkast en de danspaal die ik heb gekregen van collega Michiel Veenstra. Het is heel indrukwekkend, ook al zijn die cd’s natuurlijk hopeloos ouderwets; ik had ook één harde schijf neer kunnen zetten. Maar elke cd vertelt een verhaal. Ik heb vaak juichend in een cd-kelder op de Oude Gracht in Utrecht gestaan, omdat ik een album van The Time vond waar Cool opstond. Tweedehands, voor 9,95! Zo blij als een kind. Ik kan uren doorbrengen in mijn man cave; oude platen draaien, liedjes ontdekken.”

De ultieme avond
“Eten interesseerde me nooit zoveel. Het bijzonderste wat ik at, was een steak bij de Argentijn. Ik was ook niet culinair onderlegd. Vroeger gingen mijn ouders, zusje en ik weleens eten bij bistro De Ruif in Bosch en Duin. Biefstuk met patat. Dat zat naast De Hoefslag, dat sterrenrestaurant, en dáár aten echt bekende en exclusieve mensen. Daar zat Freek de Jonge met Mies Bouwman te eten, daar zat Frank Masmeier, daar zat Mick Jagger. Ik dacht: als ik later groot ben, mag ik daar misschien ook eten. Ik had altijd het gevoel: you’ve got it made als je daar eet. In mijn hoofd werd dat steeds groter. Toen ik er de eerste keer ging eten, was ik echt zenuwachtig. Door Nicole ben ik steeds verder gaan kijken. We zijn nu veertien jaar bij elkaar en toevalligerwijs in die wereld terechtgekomen. Op een gegeven moment kochten we de Lekker-gids en gingen we al die restaurants af. Het helpt ook dat Nicole van koken houdt – ze deed zelfs mee aan het programma Topchef. Ik realiseerde me dat er mensen zijn die vierentwintig uur nadenken over een verrukkelijke hap eten. Dat zijn kunstenaars, mensen die op net zo’n manier bezig zijn met hun vak als ik met het mijne. Dezelfde vakidiotie. Ik zie het ook als een beloning. Als ik een hele maand druk ben geweest, geen avond thuis heb gezeten en ik héb een keer een vrije avond, dan wil ik het liefst met mijn meisje naar een fantastisch restaurant. Hebben we echt een avond samen, lullen we elkaar helemaal bij. Er is romantiek, je eet ondertussen het lekkerste wat ze je kunnen voorschotelen en je drinkt heel goede wijn. Dat is voor mij de ultieme avond.”


Televisie

“Ik dacht dat het mijn radiocarrière zou helpen. Ik begon over tv na te denken tijdens de opnames voor het Glazen Huis. Ik was me met name de eerste twee jaar niet bewust van de camera’s. Ik deed mijn ding, totaal onbevangen. Ik was Gerard en ik zong alles mee, wat ik nog steeds doe. Dat vonden mensen blijkbaar heel leuk, waardoor ik een vaste waarde werd in dat huis. Een soort Flappie van Youp van ’t Hek. Toch is televisie niet echt mijn passie. Het was een uitdaging en ik hecht heel erg aan een zin uit een nummer van Baz Luhrmann: do one thing every day that scares you. Dat heeft me altijd getriggerd. Ik wil dingen in ieder geval geprobeerd hebben. Dus Fort Boyard, het spelprogramma dat ik presenteerde, was leuk, maar ook doodeng. Ik was nerveus, televisie was onbekend terrein en in mijn hoofd was het the holy grail. Als dat lukte, op tv komen, wow, dan was je wel wat. Dat beeld is iets veranderd. Ik ben blij dat ik het gedaan heb, en af en toe zit ik nog bij RTL Late Night om over muziek te praten, maar dat is het wel, voor nu. Het kost me ook altijd meer energie dan radio maken. TopPop was een jongensdroom, maar toen ik in een iets te groot decor, voor een iets te groot publiek met een gigantisch productieteam het muziekprogramma Join The Beat presenteerde… die druk was zo hoog. Het was leuk allemaal, maar radio is een zuurstof. Door voor tv te werken, weet ik dat radio nóg leuker is dan ik al dacht.”

MEER LEZEN?
Bestel The Big Black Book #20 hier.

LIEVER OP JE TABLET LEZEN?
De digitale editie van The Big Black Book #20 bestel je hier (geschikt voor iOS en Android).

Tekst Marcel Langedijk Fotografie Jesaja Hizkia Styling Brigitte Kramer
Share |