Whiskeyfreaks

19 oktober 2015 09:21
Hun namen zijn onuitspreekbaar en ze zijn zo sterk dat volwassen mannen ervan moeten huilen. Welkom op het Schotse eilandje Islay, waar acht van de allerbeste whisky’s ter wereld worden geproduceerd. De romantiek krijg je er gratis bij.
Tekst Marcel Langedijk

Ronduit smerig, dat was het. De geur alleen al; jodium, vloeibaar rubber. Als ik mijn ogen dichtdeed, stond ik in een ziekenhuis. De smaak was nog heftiger; rokerig, scherp, intens. Als dit de beste whisky van de wereld was, was ik Michael Jackson. Als het zo moest, hoefde ik nooit meer whisky te drinken, dat wist ik zeker. Ik was een jaar of achttien en dronk bier. Dat was makkelijk en lekker en je werd er stoer en los en dronken van, iets wat mij op die leeftijd belangrijk scheen. Whisky was nóg stoerder, dat wist ik ook wel, maar na een bang en stiekem slokje uit de fles VAT 69 van mijn vader besloot ik: niet lekker. Het brandde in mijn mond en na het doorslikken fakkelde het vrolijk door in mijn slokdarm en maag. Ik zag daar de lol niet van in. Dat ik mezelf enige tijd later door een oudere en – zo leek me – wijzere vriend liet overhalen tot een glaasje Laphroaig, veranderde daar niks aan. Sterker: ik wist nóg zekerder dat whisky niets voor mij was. “Dit is van Islay”, zei hij bezwerend. Ik had geen idee wat dat was en dat moet hij gezien hebben, want hij verduidelijkte: “Daar komt de écht goede whisky vandaan.” “Niks voor mij”, zei ik.

Die tijd is veranderd. Whisky, je moet het léren drinken. Het in een kroeg achteloos achterover slaan zonder te walsen, te ruiken, te proeven, dat is voor niemand lekker. Het enige wat je dan meekrijgt, is de brandende alcohol. Whisky drink je niet, whisky beleef je. Dat mag dan uiterst truttig klinken, het is wel de waarheid. Voor whisky neem je de tijd. Je ruikt, walst, nipt, proeft, laat het in je mond rondgaan zodat je alle smaken en geuren in je op kan nemen. Pas dan slik je het door. Niet zo gek dat sommige liefhebbers zonder problemen een uur met een glaasje whisky kunnen doen. Niet zo vreemd dus dat mijn liefde voor whisky’s van Islay (spreek uit: aila) nóg later kwam. Dat zat hem vooral in de geur. Die krijgt de whisky doordat de gemoute gerst (een van de slechts drie ingrediënten waarvan Schotse single malt whisky wordt gemaakt, naast water en gist) wordt gedroogd in een oven met turf als brandstof, iets wat kenmerkend is voor de meeste Islay-whisky’s. En iets wat volgens peatheads, liefhebbers van deze rokerige variant, het summum van whisky oplevert. Ik ging langzaam overstag nadat ik dezelfde Laphroaig die mijn keel jaren ervoor deed vlammen, proefde in een cocktail. Red stag heet die cocktail, en hij bestond uit een paar flinke slokken van die whisky, waarover een vers biertje werd getapt. Dat bier verzachtte de smaak en geur en wat restte was een bizar lekkere, bijna romige cocktail met een duivels randje. Als ervaringsdeskundige kan ik zeggen: niet meer dan twee achter elkaar van nuttigen in verband met liederlijke dronkenschap.



Meer lezen?

Het hele artikel lees je in The Big Black Book #18. Bestel hem hier.

Liever op je tablet lezen?

De digitale editie van The Big Black Book #18 bestel je hier (geschikt voor iOS en Android).
Share |
Beoordeling: (14 beoordelingen)